“Ieder oor was gespitst en ieder oog was gericht op zijn gelaat toen Hij antwoordde: „Gij hebt het gezegd.“ Een hemels licht scheen zijn bleek gelaat te verlichten toen Hij eraan toevoegde: „Doch Ik zeg u: Van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels.”
Voor een ogenblik flitste de goddelijkheid van Christus door zijn menselijke gedaante. De hogepriester sidderde voor de doordringende ogen van de Heiland. Deze schenen zijn verborgen gedachten te lezen en in zijn hart te branden. Nooit vergat hij die onderzoekende blik van de vervolgde Zoon van God.
„Van nu aan,” zei Jezus, „zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels.” Met deze woorden gaf Christus een beeld van het tegenovergestelde van wat nu plaatsvond. Hij, de Heer van leven en heerlijkheid, zou zitten aan Gods rechterhand. Hij zou richten over de gehele aarde en op zijn uitspraak was geen beroep mogelijk. Dan zou alles wat verborgen is, in het licht van Gods aangezicht worden gebracht en iedereen zou geoordeeld worden naar hetgeen hij had gedaan.
De woorden van Christus deden de hogepriester opschrikken. De gedachte dat er een opstanding der doden zou zijn, als iedereen voor Gods rechterstoel zou staan om loon naar werken te ontvangen was voor Kajafas een verschrikking. Hij wilde niet geloven dat hij in een later leven naar zijn werken zou worden geoordeeld. In gedachten zag hij in panorama de gebeurtenissen bij het laatste oordeel. Gedurende een ogenblik zag hij het angstwekkend schouwspel dat de graven hun doden teruggaven met alle geheimen, die naar hij had gehoopt, voor altijd verborgen waren. Gedurende een ogenblik had hij het gevoel dat hij voor de eeuwige Rechter stond wiens oog, dat alles ziet, zijn binnenste las en verborgenheden aan het licht bracht die naar zijn mening voor altijd begraven waren.
Maar dit schouwspel verdween. De woorden van Christus hadden hem, de Saduceeër, diep gekrenkt. Kajafas had de leer van de opstanding, het oordeel en een eeuwig leven geloochend. Zou deze man, die als gevangene voor hem stond, zijn meest geliefkoosde meningen aanvallen? Hij scheurde zijn kleed, zodat alle mensen zijn voorgewende afschuw zouden zien en eiste dat de gevangene zonder meer veroordeeld zou worden wegens godslastering. „Waartoe hebben wij nog getuigen nodig?” zei hij; „zie, nu hebt gij de godslastering gehoord. Wat dunkt u?” En zij allen verklaarden Hem schuldig.
Overtuiging, vermengd met hartstocht bracht Kajafas ertoe zo te handelen. Hij was woedend op zichzelf omdat hij de woorden van Christus geloofde en in plaats van zijn hart te scheuren in een diep besef van de waarheid en te erkennen dat Jezus de Messias was, scheurde hij zijn priestergewaad in vastbesloten verzet. Deze daad was veelbetekenend, zonder dat Kajafas dit inzag. Met deze daad, bestemd om de rechters te beïnvloeden en de veroordeling van Christus te bewerkstelligen had de hogepriester zichzelf veroordeeld. Door Gods wet was hij ongeschikt verklaard voor het priesterschap. Hij had het doodvonnis over zichzelf uitgesproken.
Een hogepriester mocht zijn gewaad niet scheuren. Dit werd door de levitische wet op straffe des doods verboden. De priester mocht onder geen enkele omstandigheid en bij geen enkele gelegenheid zijn klederen scheuren. Bij de joden was het gebruikelijk dat bij de dood van vrienden de klederen werden gescheurd, maar de priesters mochten dit gebruik niet volgen. Christus had dit nadrukkelijk aan Mozes verboden.
citaat uit “De Wens der Eeuwen” – E.G. White
Hoe zit dat eigenlijk met de opstanding? Lees de folder C151A – De Opstanding waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 6 – Verlossing & Zending / Download de folder

