Uitnodiging

over de schoonheid van natuurlijk leven – de Veg*Art-tentoonstelling op 1 en 3 mei

Alles begon in 1971. Op mijn 15e waren mijn schoolprestaties zo slecht dat mijn ouders er niets beter op vonden om me naar Sint Lukas te sturen voor de kunsthumaniora. Ik had tot dan toe niets behoorlijk getekend. Het was niet mijn talent. Maar bij de aanmelding werd gevraagd om drie werken mee te brengen. Daar moest ik een tandje voor bijsteken en de hele vakantie was ik bezig geweest om iets te fabriceren, maar ik kon gewoon niet bedenken wat.  In die eerste drie jaren hadden we acht uur per week vormgeving en amper twee uur schetsen en tekenen. 

Drie jaar later kreeg ik die drie “schilderijtjes” terug en onze leraar vormgeving kondigde die teruggave aan als “De Wever, dit ga je zeker al die tijd gemist hebben”… Ik kon in de grond zinken van schaamte en verborg ze zorgvuldig voor mijn klasgenoten. 

Ik kijk nu terug – meer dan 50 jaar later – en bedank mijn ouders voor wat ik een bijna “goddelijke ingeving” noem. Hoe anders had het geweest, als ik op andere wegen was terechtgekomen? 

Hoewel ik tussen 1985 en 2015 weinig heb getekend of geschilderd, is die opleiding toch altijd – iedere dag – mijn denken en doen blijven domineren. Er waren daar ook schaduwzijden aan, want stevig drinken was ook een kwaliteit die ter plaatse gewaardeerd werd. En ook dat heeft iedere latere dag getekend –onder andere ook omdat ik er actie tegen voerde. 

In de twee volgende jaren was er de lerarenopleiding waar meer getekend en geschilderd werd. Ik herinner me een zelfportret, een impressie van het hart en een schilderij van een viool en een stilleven… Hier begon kleur een belangrijke rol te spelen. 

In de loop der jaren exploreerde ik tal van technieken, en tussen 1975 en 1990 was dat vooral pentekeningen. Ik was daar geweldig bedreven in en kijk terug op enkele prachtige werken die ik later op litho’s hertekende. Maar in 1982 viel het relatief stil met de oprichting van Groene Dag waar ik echt iedere minuut voor gebruikte. De eerste jaren verscheen het tijdschrift in verschillende vormen en in functie daarvan werd er nog heel wat getekend. Op de tentoonstelling kan je hier nog tientallen voorbeelden van zien. We hebben zelfs twee jaar NatuurStemmingen uitgegeven op A2-formaat met op de binnenpagina een grote seizoenstekening met een verjaardagskalender onder een kop van voorjaarskruiden, een poster over fruit, groenten, kruiden, en impressies van het natuurlijke leven. Maar nadien deinde de behoefte aan tekeningen en illustraties weg, maar bleef het idee: “ooit zal ik er weer de tijd voor hebben en neem ik de draad weer op”. 

Toen we in 2016 wat vaker in Spanje waren en we geïnstalleerd waren, was het wachten op bezoekers. Ik had toen de schilderkist van mijn vader meegenomen, waar nog tubes olieverf in zaten uit 1938. Omdat ik vond dat het nu hoog tijd werd dat die nu eindelijk gebruikt werden, schilderde ik hiermee “In den beginne” over de oneindige ruimte waar God woont in Zijn ontoegankelijk licht. Ik noemde het “In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God en het woonde in een ontoegankelijk licht”. Dan volgden impressies van het plantenleven, waarin de concepten die ik eerder had toegepast in de pentekeningen werden toegepast in kleur. Daarna rijpte de gedachte om een impressie te maken van het scheppingsverhaal in verschillende etappes. Dat begon goed met de eerste scheppingsdagen en het beloofde een expositie op zich te worden, maar na de vogels en de vissen raakte ik niet meer verder, of ik zou een radicale stijlbreuk moeten maken met alles wat ik eerder had gemaakt, om ook de schepping van de dieren en de mens weer te geven.

Dat viel ook een beetje samen met onze plannen om ons Spanje-verhaal te beëindigen. Veel andere bezigheden maakten een einde aan het schilderen. Riet had trouwens al meermaals opgemerkt, wat voor zin het had om dit allemaal te maken en het op zolder op te stapelen… Ik had trouwens nog zoveel anders te doen met de tuin, de NaturEl-modules en flyerprojecten die vanaf 2020 begonnen te groeien, was er niet echt nog een bijkomende “hobby” nodig om me in uit te leven… 

Er waren natuurlijk uitzonderingen: in 2021 rijpte het vuurtoren-schilderij om de donkerte, de onzekerheid van de tijd en het leven als mens op aarde weer te geven, wetend dat er altijd een Licht is om je op te oriënteren. Die Rots – Die vaste grond, dat Licht, die zekerheid, die Gids – altijd betrouwbaar en onwankelbaar, ook als de stormen tekeer gaan. 

Tijdens de afwezigheid van Riet in 2024 was er voldoende tijd om een breed fruit-stilleven te maken, om de schoonheid van puur natuurlijke goedheid voor te stellen als de enorme gave van de Alwijze die niet alleen schiep maar ook voorzag. Maar het waren telkens kleine eenmalige projecten om te vermijden dat het helemaal dood en begraven zou zijn. Maar de uitdaging was altijd dichtbij. Duizenden keren een blik op een of ander schilderij – een gebrek, een misplaatste veeg verf, hoe zou ik het anders moeten doen? Elke keer als ik de schuiven open trok met die tubes verf dacht ik “moeten die daar weer 80 jaar wachten tot wanneer een verre nazaat ze zal uitsmeren en er een heerlijke creatie mee maken? 

Ik had trouwens al die keren met olieverf gewerkt en nooit met acryl en ik besloot een set met acrylverf aan te schaffen “om met de kleinkinderen te gebruiken”. Toen zomer 2025 Josiah, Noah en Rosie hier waren, leverde het alvast een interessante namiddag op – alleen was mijn werk alles behalve bevredigend. Het frustreerde me dat ik er niet in geslaagd was iets beter te maken in het bijzijn van de kleinkinderen. Lag dat aan het materiaal, aan mijn aanpak of aan mezelf… dat moest ik zeker nog eens onderzoeken. En dat gebeurde vanaf september. 

Ik had nooit durven denken toen ik in september 2025 enkele kleine schilderijtjes maakte, dat het zo uit de hand zou lopen, maar het was niet tegen te houden. Het begon met enkele mini stilleventjes die ik met gemengd succes wist af te werken. maar al spoedig begon ik me uit te leven in individuele fruit- en groentesoorten.  Na enkele maanden begon ik er een modulair systeem van te maken, waardoor de formaten toelieten om er composities mee te maken. 

Zes maanden na het begin, begon ik nieuwe technieken toe te passen, zodat ook de achtergronden een verhaal begonnen te vertellen. Omdat ik me voor dit project toelegde op fruit en groenten, vond ik de naam Veg*Art helemaal gepast. Na 45 jaar op alle manieren geprobeerd te hebben om het hart van de mensen warm te maken voor dat heerlijk voedingsproject dat zeer kort maar duidelijk beschreven staat in Genesis 1:29, zag ik dit als een kans om die hoopvolle boodschap die een antwoord geeft op de vraag van zovelen, waarom lijden, ziekte, pijn, terwijl veel daarvan kon worden vermeden, te brengen op een compleet andere manier. 

Zeg ik het verkeerd, als het naast de schoonheidservaring – ondanks de ruwe kantjes – ook een aanmoediging mag zijn om het niet alleen te bekijken, maar dat het een voortdurende en dankbare herinnering mag zijn aan de vele zegeningen die ons dagelijks te beurt vallen, als we dat “levende voedsel” uit een oneindige kringloop van voorzienigheid kunnen genieten.  

Liefde voor de natuur – tot op je bord werd weergegeven op 101 manieren (jawel, het zijn minstens zoveel schilderijtjes), vertaald in composities die de schoonheid van fruit, groenten, natuurlijke gezondheid… weergeven zoals je ze zelden hebt gezien. 
Op 1 en 3 mei stellen we dit recente werk van Stefaan de Wever tentoon, samen met andere schilderijen en tekeningen. En u wordt daarvoor uitgenodigd… 

Maak kennis met Veg-art tijdens dit open atelier ten huize van Stefaan en Riet waar je tegelijk wordt uitgenodigd om te kijken – en te doen. Want voor wie wil, volgen er ook schildersessies waar je je eigen creatie kunt tot stand brengen. 

Hopelijk valt het in de ‘smaak’ en helpt het om de liefde voor het paradijselijke voedsel te boosten.

Download de flyer in pdf

Goed niet goed

Bijbelmeditatie van Wivina

Vele jaren schreef Wivina gedachten op om mensen te bemoedigen op hun christelijke weg. Vol met kleine heen-wijzingen, adviezen, wijsheid, schou-derklopjes, aansporingen om na te denken, observaties, en in het besef dat er maar één weg is om zalig te worden, één Middelaar, wist ze het hart van de lezers te beroeren. Ik hoor het haar zeggen, als ik het lees, ook nu, nadat zij stilletjes is ingeslapen in de zalige verwachting dat haar Heer haar zal doen ontwaken uit het stof.   

“Toen God de Machtige Schepper de aarde aankleedde, heeft Hij over het resultaat telkens een oordeel uitgesproken:

Bij dag één: licht, God zag dat het licht goed was.

Bij de tweede en de derde dag: als de aarde voortbracht zaadzaaiend kruid en bomen, God zag dat het goed was.

Bij de vierde dag: lichten in het uitspansel: groot licht voor de dag, klein licht voor de nacht, ook de sterren, God zag dat het goed was.

Bij de vijfde dag: levende zielen in de zee, gevleugelde dieren in het uitspansel boven de aarde, God zag dat het goed was.

Bij de zesde dag: dieren kruipende en wilde, God schiep de mens naar Zijn beeld, God zag al wat Hij gemaakt had, het was zeer goed.

Ook had de Here God gesproken: het is niet goed dat de mens alleen zij, Ik zal hem een hulp maken. Hij bracht vrouw Eva bij de mens Adam.

Deze kregen een proef om hun trouw aan de Schepper te tonen. De slang zei tot de vrouw: “gij zult de dood niet sterven. Maar God weet dat ten dage, dat gij daarvan eet, zullen uw ogen geopend worden, en zo zult gij als God wezen, kennende het goed en het kwaad. ” En de vrouw zag, dat de verbodsboom goed was tot spijze, en dat zijn vrucht een lust was voor de ogen, ja, een boom die begeerlijk was om verstandig te maken.

De mens overtrad het duidelijke reglement van zijn Schepper. De gevolgen bleven niet uit. Gods oordeel tot de slang luidde: “zo zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte; op uw buik zult gij gaan en stof eten. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad.”

God zei tot de vrouw: “met smart zult gij kinderen baren en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.”

God zei tot Adam: “zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; met smart zult gij daarvan eten al de dagen van uw leven. In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt.”

De Here sprak: “zie, de mens is geworden als Onzer een, kennende goed en kwaad.” Zijn tijd om op aarde te leven moest begrensd worden door het kiezen voor een anti-leven bij Satan. Daardoor zijn de dagen onzer jaren: zeventig jaren, indien wij sterk zijn, tachtig jaren. Wat daarin onze trots was, is moeite en leed, want het gaat snel voorbij, en wij vliegen heen.

Leer ons zó onze dagen tellen, dat wij een wijs hart verkrijgen.” – Psalm 90:12

Dan zullen we ook zelf oordelen, dat we samen met God tot een goede keuze gekomen zijn, daar hetgeen God doet altijd welgedaan is.

Een aangekondigde Tragedie

Het jaar 1985 was een rampjaar voor Colombia met twee zwarte bladzijden in een korte tijd. De tragedies, 35 jaar geleden, speelden zich af in de maand november, ook zwarte november genoemd.

Op 6 november 1985 werd het Justitiepaleis bezet door een commando van het M-19, een van de actiefste guerrillabewegingen op dat moment in Colombia. Amper een uur later werd een militaire operatie uitgevoerd die tot doel had de gijzelaars en de rechterlijke macht te bevrijden. Na twee dagen militaire gevechten tussen beide kampen was de eindbalans uitermate triest: 95 doden, waaronder 11 magistraten van het HoogGerechtshof, 11 vermisten en een totaal uitgebrand en verwoest Justitiepaleis.

De tweede tragische ramp, die beschreven staat als de grootste ramp ooit van het land, vond plaats nog geen week nadat de brand was geblust in het Justitiepaleis. De stad Armero werd getroffen door een alles vernietigende modderstroom, veroorzaakt door een vulkaanuitbarsting van de Nevado del Ruiz. Armero werd totaal van de kaart geveegd.

De stad Armero ligt in het midden van Colombia op zo’n 50 kilometer afstand van de vulkaan Nevado del Ruiz. Armero floreerde door haar gunstige positie, liggend aan de doorgaande weg van Bogota naar Ibague, een belang rijke verbinding voor het goederenvervoer in Colombia en de rivier de Rio Langunillas. De stad werd gesticht in 1895, op de afzettingen van de modderstroom van een voorgaande vulkaanuitbarsting. Armero groeide uit tot een stad van meer dan 27.000 inwoners.

De Nevado del Ruiz is met zijn meer dan 5000 meter de hoogste vulkaan van Colombia. De top van de Nevado del Ruiz-vulkaan is eeuwig bedekt met velden van sneeuw en ijs. Vandaar zijn naam: “Nevado” dat betekent “sneeuw”. Door de uitbarsting kwamen hete deeltjes as en puin op de sneeuw en het ijs terecht. Sneeuw en ijs smolten door de hitte. Langzaam gleed dat naar beneden. Er ontstond een modderstroom. De zware modderstroom liep met een snelheid van 35 kilometer per uur langs de flanken van de vulkaan naar beneden, in de richting van de stad Armero.

Eind 1984 begon de Nevado del Ruiz meer activiteit te vertonen. Er waren kleine aardbevingen, er ontsnapte gas uit de krater en er hadden kleine stoomexplosies plaats. Er bestond geen waarschuwingssysteem. Pas in de loop van 1985 kwamen er instrumenten (seismografen) om de vulkaan te monitoren.

Een maand voor de ramp verscheen een kaart van het Geologisch Instituut, waarop de gevarenzones aangegeven waren, als er bij een uitbarsting van de Nevado del Ruiz modderstromen zouden ontstaan. Er werd meegedeeld dat er een groot gevaar voor Armero zou zijn. Deze informatie werd door regeringsvertegenwoordigers genegeerd. Zij wilden de bevolking van Armero niet evacueren voordat dit echt noodzakelijk zou zijn. De dag voor de ramp bezocht een groep deskundigen de krater van de vulkaan. Zij zagen toen nog steeds geen direct gevaar en stelden geen evacuatie voor.

In de middag van 13 november 1985, toen de vulkaan bijna een jaar actief was geweest, kwam het tot een grote explosie, gevolgd door een asregen, die neerdaalde over Armero. De bewoners van de plaats bleven kalm, mede door de geruststellende berichten van de burgemeester en de priester van de kerk. Later die middag drong het Rode Kruis aan op evacuatie van de stad, maar toen de asregen ophield, werd de evacuatie afgeblazen.

Wat de bewoners echter niet wisten, was dat juist toen de rust was weergekeerd, er lava uit de krater begon te stromen. De lava zorgde ervoor dat de ijskap op de top van de vulkaan ging smelten. Het smeltwater vermengde zich met gruis, steen en materiaal en vormde een hete en vernietigende modderstroom. Met een snelheid van 30 tot 40 kilometer per uur bereikte deze modderstroom Armero. Binnen een paar minuten werd de stad volkomen bedolven.

Deze natuurramp in Colombia kreeg een gezicht met de foto van het 13 jarige Colombiaanse meisje Omayra Sánchez, dat vast kwam te zitten in de modderstroom. Officieel heet de foto: The Agony of Omayra. De fotograaf kon het meisje niet redden.

Omayra, tot aan haar nek in de modder vastzittend te midden van het beton, hout en ander puin, heeft zo’n drie dagen moeten doorstaan, voordat ze uiteindelijk stierf aan gangreen en onderkoeling. Omayra woonde samen met haar ouders, broertje en een oom en ten tijde van de ramp was haar moeder voor zaken naar Bogotá. In de nacht van de ramp werd ze gewekt door het geluid van een aankomende modderstroom.

Tijdens de vlucht uit het huis viel haar oma in een waterput en kwam haar broertje vast te zitten. Omayra wilde hulp bieden, maar werd zelf overspoeld door de modderstroom en kwam zo in haar benarde positie terecht. Ze zat tot aan haar nek in het water en modder en kon met geen mogelijkheid vrijkomen. Later bleek dat zij met haar benen vastzat in de armen van haar overleden tante. 

In afwachting van hulp die uitbleef, werd ze vergezeld door de lokale bevolking die met haar gesprekken voerden, zongen en in gebed gingen. Haar situatie verslechterde en ze begon te hallucineren. Ondanks alle inspanningen van de lokale bevolking en door het uitblijven van adequate hulp, stierf Omayra aan gangreen en onderkoeling.

Na de ramp van 13 november 1985 was het voor velen onzeker wat er met familie, vrienden en kennissen gebeurd was. Pogingen opnieuw met overlevenden in contact te komen, duurden soms langer dan twintig jaar.

Wat nu nog in Armero te zien is, zijn de ruïnes van huizen en onder andere het lokale ziekenhuis, waarvan de eerste verdieping boven de grond uitsteekt. Voor de rest bestaat Armero uit een vlakte begroeid met gras en   struiken, met hier en daar een kruis ter herinnering aan dierbaren die tijdens deze ramp zijn omgekomen.

De rivier de Rio Langunillas is verschrompeld tot een kleine stroom water. Voor de meesten is het ouderlijk huis slechts een met gras begroeid stukje grond, waar eens een kruis ter herinnering stond. Het kruis is in de loop der tijd verdwenen.

Armero is uitgeroepen tot een nationaal monument, een begraafplaats voor meer dan 24.000 inwoners.

Armero houdt ons vandaag een spiegel voor. 

Wat toen had kunnen voorkomen worden, indien de tekenen ernstig waren genomen, kan ook vandaag voorkomen worden. Weinigen zien de parallel met wat toen gebeurde. Nochtans zijn ook wij ervoor gewaarschuwd om de belangrijkste zaken op de eerste plaats te zetten, en in het licht van de rampspoed die over de wereld komt, de signalen ernstig te nemen, niet om onszelf te ondermijnen door angst of spanning, maar door te vertrouwen op de Heiland die zijn plan, dat gemaakt werd van voor de grondlegging der wereld, onverwijld ten uitvoer brengt. We leven op een gekaapte planeet en zesduizend jaar lang heeft God “de winden tegengehouden”. Hij heeft de wellust van de Satan ”om zoveel mogelijk mensen mee te sleuren in zijn ondergang” aan banden gelegd, maar God blijft dat niet voor eeuwig doen. Op een bepaald ogenblik geeft Hij gehoor aan de stemmen die ter wille van het evangelie zijn gestorven, en die roepen “Hoe lang nog” en laat Hij voor even de satanische machten bewijzen wie ze werkelijk zijn. De wereld is in barensnood en ook mensen van de wereld zien het. Alleen zien ze niet de oorzaken, erkennen ze niet, dat het niet erger was, dankzij de voorzieningen van de hemelse Vader, en zoeken ze zelf naar oplossingen, in plaats van te steunen  op de Schepper en het van Hem te verwachten. 

Sommigen zullen het proberen te negeren en te minimaliseren. Op hen zijn de woorden van toepassing, zoals beschreven in 2 Petrus 3: “Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zo, als het van het begin der schepping af geweest is.

Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen. Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.”

Het hangt niet van God af, maar van elke mens zelf. God wacht met groot geduld. Als het van God zou afhangen, zouden er geen verlorenen zijn, zou niemand achter blij-ven… We zouden niet de wrange smaak van rampen en verwoesting, oorlog en geweld hebben gesmaakt… Dat is de prijs van de zonde en het van God afgesneden zijn. Maar één dag is het genoeg en gaat de wereld de laatste fase in, vòòr de wederkomst van onze Heer Jezus. 

Het lied zingt : “Volk van God, let op de tekenen”. en voegt eraan toe “Bereid je voor om Hem te ontmoeten”. 

Laat het geen akelige verrassing worden, zoals het werd voor de inwoners van Armero, die zich niet hadden voorbereid en geen maatregelen hadden genomen. 

De tekst van deze nieuwsbrief vind je in folder folder C222A – Een aangekondigde tragedie waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 10 – HouVast / Download de hele folder

Volledig Vezekerd

De hymn Blessed Assurance werd geschreven door Fanny J. Crosby, een christelijke liedjesschrijfster. Ze werd geboren op 24 maart 1820 en werd blind na zes weken en gedurende de 95 jaar van haar leven. Ze stierf in 1915. Ongeveer 9000 gospelsongs worden toegeschreven aan Fanny Crosby. Ze was een toegewijde, gelukkige christen, lerares en dichter. 

Blessed Assurance beeldt de vreugdevolle verwachting en ontzagwekkende glorie uit van een christen die zeker is van zijn of haar redding in Christus. Een verzekerde christen zou één ding moeten doen: het verhaal doorvertellen! 

De hymn is op melodie gezet en gecomponeerd door Phoebe Palmer Knapp. Het feit dat de componist de vrouw was van een eigenaar van een verzekeringsmaatschappij is opmerkelijk. Net als de gebruikelijke menselijke praktijk of de noodzaak om levens en eigendommen te verzekeren tegen verlies, moet iedereen ervoor zorgen dat hun ziel nadrukkelijk is gedekt door de reddingsverzekering die Christus biedt

“Toen ik opgroeide in het christelijk leven, werden de woorden van de hymn “Blessed Assurance” – “Volle Verzekering” in mijn hart gegrift. Af en toe, als ik alleen ben om God te aanbidden, komen de woorden van dit lied in me op en zing ik vanuit mijn hart met vreugde.” Bijna 150 jaar geleden geschreven en nog steeds even krachtig! 

“Volledig Verzekerd ! Jezus is mijn Heer !”

“Soms worstelde ik met twijfels over mijn redding. Toen ik 25 was, me bewust van zonde in mijn hart zoals trots, egoïsme en haat, en wetende dat Jezus naar de aarde kwam, perfect leefde, stierf voor mijn zonden en weer opstond en de dood overwon, stelde ik mijn geloof in Hem. Ik geloofde in Hem en Hij gaf me eeuwig leven. Maar onderweg hoorde ik anderen een “maar” toevoegen aan het eeuwige leven. “Ja, je moet in Jezus geloven,” zeiden ze, “maar je moet ook…” werken toevoegen aan de redding. Of Satan, onze geestelijke vijand, fluisterde: “Hoe kun je een christen zijn? Kijk naar wat je zei, voelde of deed?” Dit liet me afvragen: “Zal ik eeuwig in de hemel leven als ik de aarde verlaat?”

Dan is er Gods Woord dat me overtuigt van Gods barmhartigheid en genade… en dit lied dat dit zo machtig bezingt !

De tekst van deze nieuwsbrief is een stukje uit de folder C270E – Volle Verzekering waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 10 – HouVast / Download de hele folder

Hij is opgestaan

“Ieder oor was gespitst en ieder oog was gericht op zijn gelaat toen Hij antwoordde: „Gij hebt het gezegd.“ Een hemels licht scheen zijn bleek gelaat te verlichten toen Hij eraan toevoegde: „Doch Ik zeg u: Van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels.”

Voor een ogenblik flitste de goddelijkheid van Christus door zijn menselijke gedaante. De hogepriester sidderde voor de doordringende ogen van de Heiland. Deze schenen zijn verborgen gedachten te lezen en in zijn hart te branden. Nooit vergat hij die onderzoekende blik van de vervolgde Zoon van God.

„Van nu aan,” zei Jezus, „zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels.” Met deze woorden gaf Christus een beeld van het tegenovergestelde van wat nu plaatsvond. Hij, de Heer van leven en heerlijkheid, zou zitten aan Gods rechterhand. Hij zou richten over de gehele aarde en op zijn uitspraak was geen beroep mogelijk. Dan zou alles wat verborgen is, in het licht van Gods aangezicht worden gebracht en iedereen zou geoordeeld worden naar hetgeen hij had gedaan.

De woorden van Christus deden de hogepriester opschrikken. De gedachte dat er een opstanding der doden zou zijn, als iedereen voor Gods rechterstoel zou staan om loon naar werken te ontvangen was voor Kajafas een verschrikking. Hij wilde niet geloven dat hij in een later leven naar zijn werken zou worden geoordeeld. In gedachten zag hij in panorama de gebeurtenissen bij het laatste oordeel. Gedurende een ogenblik zag hij het angstwekkend schouwspel dat de graven hun doden teruggaven met alle geheimen, die naar hij had gehoopt, voor altijd verborgen waren. Gedurende een ogenblik had hij het gevoel dat hij voor de eeuwige Rechter stond wiens oog, dat alles ziet, zijn binnenste las en verborgenheden aan het licht bracht die naar zijn mening voor altijd begraven waren.

Maar dit schouwspel verdween. De woorden van Christus hadden hem, de Saduceeër, diep gekrenkt. Kajafas had de leer van de opstanding, het oordeel en een eeuwig leven geloochend. Zou deze man, die als gevangene voor hem stond, zijn meest geliefkoosde meningen aanvallen? Hij scheurde zijn kleed, zodat alle mensen zijn voorgewende afschuw zouden zien en eiste dat de gevangene zonder meer veroordeeld zou worden wegens godslastering. „Waartoe hebben wij nog getuigen nodig?” zei hij; „zie, nu hebt gij de godslastering gehoord. Wat dunkt u?” En zij allen verklaarden Hem schuldig.

Overtuiging, vermengd met hartstocht bracht Kajafas ertoe zo te handelen. Hij was woedend op zichzelf omdat hij de woorden van Christus geloofde en in plaats van zijn hart te scheuren in een diep besef van de waarheid en te erkennen dat Jezus de Messias was, scheurde hij zijn priestergewaad in vastbesloten verzet. Deze daad was veelbetekenend, zonder dat Kajafas dit inzag. Met deze daad, bestemd om de rechters te beïnvloeden en de veroordeling van Christus te bewerkstelligen had de hogepriester zichzelf veroordeeld. Door Gods wet was hij ongeschikt verklaard voor het priesterschap. Hij had het doodvonnis over zichzelf uitgesproken.

Een hogepriester mocht zijn gewaad niet scheuren. Dit werd door de levitische wet op straffe des doods verboden. De priester mocht onder geen enkele omstandigheid en bij geen enkele gelegenheid zijn klederen scheuren. Bij de joden was het gebruikelijk dat bij de dood van vrienden de klederen werden gescheurd, maar de priesters mochten dit gebruik niet volgen. Christus had dit nadrukkelijk aan Mozes verboden.

citaat uit “De Wens der Eeuwen” – E.G. White

Hoe zit dat eigenlijk met de opstanding? Lees de folder C151A – De Opstanding waar je de rest van het artikel kunt lezen. Prachtige inspirerende gedachten uit de Bijbel voor geloofsverdieping, verdeeld over 12 mappen (Geloof, Bijbel, Schepping, Zonde, Verlossing, Bekering, Toekomst, Profetie, Beloften en HouVast) – elk uitgelegd in ongeveer 30 folders per map. Je kunt de complete folder downloaden onder “Download flyers” in Map 6 – Verlossing & Zending / Download de folder

Het is volbracht

Christus legde zijn leven pas af toen Hij het werk had voltooid waartoe Hij gekomen was en met zijn laatste ademtocht riep Hij uit: „Het is volbracht.” De strijd was gewonnen. Zijn rechterarm en zijn heilige arm hadden Hem de overwinning bezorgd. Als Overwinnaar plaatste Hij zijn vaandel op de eeuwige hoogten. Was er geen vreugde onder de engelen? Heel de hemel triomfeerde over de overwinning van de Heiland. Satan was verslagen en wist dat zijn rijk verloren was.

Voor de engelen en de ongevallen werelden had de uitroep „Het is volbracht” grote betekenis. Het grote verlossingswerk is zowel voor hen als voor ons volbracht. Met ons delen zij in de vruchten van Christus’ overwinning.

Eerst bij de dood van Christus werd Satans karakter ten volle geopenbaard aan de engelen en aan de zondeloze werelden. De grote afvallige had zich dusdanig bekleed met bedrog dat zelfs heilige wezens zijn beginselen niet hadden doorgrond. Zij hadden de aard van zijn opstand niet duidelijk begrepen.

Een wezen van wondere macht en heerlijkheid had zich tegenover God geplaatst. De Here zegt van Lucifer: „Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon.” Lucifer was de overdekkende cherub geweest. Hij had gestaan in het licht van Gods tegenwoordigheid. Hij was de hoogste van alle geschapen wezens en was de eerste als God zijn plannen aan het universum bekend maakte. Nadat hij had gezondigd was zijn macht om te verleiden des te bedrieglijker en het ontmaskeren van zijn karakter des te moeilijker als gevolg van de verheven positie die hij bij de Vader had gehad.

God had Satan en zijn volgelingen even gemakkelijk kunnen vernietigen als iemand een steentje op de grond gooit, maar God heeft dit niet gedaan. Opstand kon niet door geweld overwonnen worden. Alleen Satans gezag kent geweld. Gods beginselen zijn niet van dien aard. Zijn gezag berust op goedheid, barmhartigheid en liefde en het uitdragen van deze beginselen is het middel dat gebruikt moet worden. Gods bestuur is zedelijk en waarheid en liefde overheersen hierin.

Het was Gods plan om alles op een eeuwige basis van veiligheid te stellen en in zijn raadsbesluit werd bepaald dat Satan tijd moest hebben om de beginselen waarop zijn bestuur methode was gegrond te ontwikkelen. Hij had gezegd dat ze beter waren dan Gods beginselen. Satan kreeg de tijd om zijn beginselen uit te werken zodat het ganse heelal ze zou kunnen zien.

Satan verleidde de mensen tot zonde en het verlossingsplan trad in werking. Gedurende vierduizend jaar werkte Christus om de mens te verheffen, terwijl Satan alles deed voor hun ondergang en ontaarding. En het heelal sloeg dit alles gade.

Maar hij werd verslagen. Toen Jezus naar deze wereld kwam, richtte Satans macht zich tegen Hem. Van het moment af dat Hij als baby in Betlehem verscheen deed de verrader wat hij kon om zijn ondergang te bewerken. Op alle mogelijke wijzen trachtte hij te verhinderen dat Jezus Zich ontwikkelde als volmaakt kind, als man zonder gebreken, als een heilige dienst en een smetteloos offer. Maar hij werd verslagen. Hij kon Jezus er niet toe brengen te zondigen. Hij kon Hem niet ontmoedigen of Hem verhinderen een werk te doen waarvoor Hij naar de aarde was gekomen. Van de woestijn tot Golgota was de storm van Satans woede op Hem gericht, maar hoe feller Satan toesloeg, des te steviger hield Gods Zoon de hand van de Vader vast en volgde Hij het met bloed bevlekte pad. Alle inspanningen van Satan om Hem te onderdrukken en te overwinnen brachten slechts zijn vlekkeloos karakter des te zuiverder naar voren.

Heel de hemel en alle ongevallen werelden waren getuigen geweest van de strijd. Met diepe belangstelling volgden zij de slottonelen van de strijd. Zij zagen hoe de Heiland de hof van Getsémané betrad en hoe Hij gebukt ging onder de verschrikking van een dichte duisternis. Zij hoorden zijn bittere kreet: „Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker aan Mij voorbijgaan.” Toen de tegenwoordigheid van de Vader zich terugtrok zagen zij Hem hoe Hij leed onder een bittere smart die groter was dan zijn laatste doodstrijd. Bloedig zweet perste zich uit de poriën en viel in druppels op de grond. Driemaal ontsnapte Hem de bede om bevrijding. De hemel kon het schouwspel niet langer verdragen en een boodschapper werd naar Gods Zoon gezonden om Hem te troosten.

De hemel zag hoe het Slachtoffer in handen van de moordzuchtige bende werd verraden en onder spot en smaad van de ene rechtbank naar de andere werd gesleept. Zij hoorden de hoon van zijn vervolgers op grond van zijn nederige afkomst. Zij hoorden hoe een van zijn meest geliefde discipelen Hem onder vloeken en zweren verloochende. Zij zagen het waanzinnig werk van Satan en diens macht over de harten van de mensen. Welk een afschuwelijk schouwspel! De Heiland te middernacht gegrepen in Getsémané, van het paleis naar de rechtszaal gesleept, tweemaal voor de priesters gebracht, tweemaal voor het Sanhedrin, tweemaal voor Pilatus en eenmaal voor Herodes, bespot, gegeseld, veroordeeld en weggeleid om gekruisigd te worden, beladen met het zware kruis temidden van de jammerklachten van de dochters van Jeruzalem en de spot van het gepeupel.

uit : “De Wens der Eeuwen” – E.G. White